Wie denkt dat Nederland massaal is overgestapt van de tv-gids naar Netflix, krijgt van nieuw onderzoek een ander beeld. Live televisie is nog altijd verreweg de populairste manier van kijken. Tegelijk groeien de Nederlandse streamingdiensten NPO Start en Videoland harder dan hun internationale concurrenten. Dat blijkt uit Trends in Digitale Media 2026 van GfK, dat brancheorganisatie Screenforce begin oktober presenteerde. Voor de serieliefhebber zegt dat meer dan je op het eerste gezicht zou denken.

In dit artikel 5 onderwerpen

Wat het onderzoek laat zien

Volgens het onderzoek, waarover onder meer Spreekbuis schreef, kijkt 88 procent van de Nederlanders live televisie. Dat is maar drie procentpunt minder dan in 2020. Uitgesteld kijken, dus een programma later terugzien via je tv-pakket, blijft met 84 procent vrijwel even groot.

Streamen is in diezelfde periode gegroeid van 68 naar 79 procent. De opvallendste stijger is vooruitkijken, waarbij je een serie al online ziet voordat hij op tv is. Dat steeg van 24 naar 41 procent. Volgens de onderzoekers vervangt streaming de gewone televisie dus niet, maar bestaan de kijkvormen steeds meer naast elkaar.

Ook de reden om te kijken verschilt. Streamen kiezen mensen vaker om te ontspannen, terwijl de tv-zenders sterker zijn bij nieuws en actualiteiten. En wie op de bank zit en nog niet weet wat hij wil zien, zapt weer vaker naar een zender. Die voorkeur steeg van 39 naar 42 procent, terwijl streaming in die situatie daalde van 36 naar 32 procent.

NPO Start en Videoland lopen in

YouTube en Netflix blijven de meest gebruikte videoplatforms in Nederland. Maar direct daarachter volgen nu twee Nederlandse diensten. NPO Start (met het betaalde NPO Plus) wordt door 38 procent van de ondervraagden gebruikt, tegen 27 procent in 2021. Videoland groeide in dezelfde periode van 23 naar 34 procent.

Netflix verloor juist wat terrein. Volgens Emerce zei vijf jaar geleden 51 procent de dienst wel eens te gebruiken, nu is dat 46 procent. Netflix is daarmee nog steeds de grootste betaalde streamer, maar de afstand wordt kleiner. De andere internationale diensten, zoals Disney+, Prime Video en HBO Max, zitten volgens Emerce tussen de 15 en 20 procent.

Dat de Nederlandse diensten groeien is opvallend, omdat het aantal streamingabonnementen per huishouden nauwelijks nog toeneemt. De markt is verzadigd, en toch weten NPO en Videoland er een groter stuk van te pakken. Het onderzoek werd gehouden onder 1268 Nederlanders van 13 jaar en ouder.

Wat dit zegt over waar je Nederlandse series kijkt

Voor de kijker is de belangrijkste les dat Nederlandse series steeds vaker eerst, of alleen, op een Nederlandse dienst verschijnen. Het onderzoek zegt het niet met zoveel woorden, maar dat is waarschijnlijk een belangrijke reden voor de groei. Wie een populaire Nederlandse dramaserie of een nieuw seizoen van een bekende reeks wil zien, komt bijna altijd uit bij NPO Start of Videoland, niet bij Netflix.

Bij de NPO werkt dat vaak via vooruitkijken. Veel series en programma’s staan al op NPO Start of NPO Plus voordat ze op NPO 1, 2 of 3 worden uitgezonden. Dat is ook precies de kijkvorm die volgens het onderzoek het hardst groeide. Videoland doet iets vergelijkbaars met programma’s van RTL, en maakt daarnaast eigen series die je alleen in de app vindt. In het overzicht van nieuwe titels voor oktober 2026 op de site van Ziggo staat bijvoorbeeld een nieuw seizoen van Gooische Vrouwen.

Live televisie blijft daarbij gewoon belangrijk, met dat bereik van 88 procent. Wat er verandert, is dat je steeds minder afhankelijk bent van dat ene uitzendtijdstip.

Ook gratis streamingzenders groeien

Een kleinere maar groeiende vorm zijn de zogeheten FAST-kanalen. Dat zijn gratis streamingzenders die met reclame betaald worden en waar programma’s achter elkaar doorlopen, zoals bij een gewone tv-zender. Ongeveer 10 procent van de Nederlanders kijkt er wel eens naar. Ook daar doet Nederlands aanbod het goed. Lang Leve de Liefde was met 2,2 procent het meest gebruikte FAST-aanbod in het onderzoek, gevolgd door De Bondgenoten met 1,6 procent. Vier van de zeven meest bekeken kanalen en titels komen van Talpa.

Voor wie graag oude afleveringen van Nederlandse programma’s terugkijkt zonder abonnement, is dat een kanaal om in de gaten te houden.

Wat betekent dit voor je abonnementen?

De cijfers bevestigen wat veel huishoudens al merken. Je hebt zelden nog alles nodig. Een combinatie van live tv, een Nederlandse dienst en hooguit een of twee internationale streamers dekt voor de meeste kijkers het grootste deel van wat ze willen zien. Wie vooral Nederlandse series kijkt, heeft aan Netflix alleen niet genoeg. Wie vooral internationale films en series zoekt, mist zonder Netflix of een van de andere grote diensten juist veel.

Het onderzoek laat ook zien dat kijkers steeds bewuster kiezen. Het aantal abonnementen per huishouden vlakt af, en de groei zit vooral bij diensten met aanbod dat je nergens anders vindt. Voor Nederlandse makers is dat goed nieuws, want hun series bereiken via meer wegen meer kijkers.